Mobiele telefoons: wat zijn de grenzen voor kinderen en tieners? 1/4 - GPS

Deze video opent een reeks die gewijd is aan de grenzen van het gebruik van mobiele telefoons door kinderen en tieners, met de nadruk op een aspect dat zelden besproken wordt: de GPS-functie. Hoewel de eerste mobiele telefoon vaak rond de leeftijd van 10 jaar aan kinderen wordt gegeven, om ouders gerust te stellen en reizen veiliger te maken, toont onderzoek aan dat dit hulpmiddel niet zonder gevolgen is voor de ontwikkeling van kinderen.

In het begin kan de GPS de autonomie bevorderen door het kind in staat te stellen zich zelfstandig te verplaatsen. Maar al snel kan het een voorwaarde worden om naar buiten te gaan, waardoor een permanent bewakingssysteem ontstaat dat de ontwikkeling van zelfvertrouwen belemmert. Het kind leert dan om zijn ouders gerust te stellen in plaats van zich in staat te voelen om zelfstandig te handelen.

De video benadrukt het verschil tussen een constante digitale band en de symbolische band van gehechtheid, die essentieel is voor psychologische ontwikkeling. Opgroeien betekent zich kunnen afzonderen, afwezigheid ervaren en ervaringen opdoen zonder voortdurende controle. Vakantiekampen zonder smartphones worden gepresenteerd als een concreet en heilzaam voorbeeld van dit leerproces: het kind past zich snel aan, terwijl de echte moeilijkheid vaak bij de ouders ligt.

Het belangrijkste is dus niet technisch, maar educatief en emotioneel. Het reguleren van ouderlijke angst, accepteren dat het kind ervaringen opdoet zonder direct contact, en opnieuw leren naar buiten te gaan zonder voortdurend te worden opgespoord, zijn essentiële voorwaarden voor het bevorderen van autonomie. Als dit niet gebeurt, bestaat het risico dat adolescenten en vervolgens volwassenen ontstaan die afhankelijk zijn van het netwerk en niet kunnen verdragen dat ze worden afgesneden of op afstand worden gehouden.

Mots-clés :